Aanbiedingen | Links | Sponsors | Sitemap | Contact

Schubertiade: Meisterkurs met Thomas Quasthoff en Justus Zeyen, 27-31 Augustus 2013

In Schwarzenberg, een klein plaatsje in het westen van Oostenrijk, vindt al vele jaren de Schubertiade plaats. Naast talloze concerten is er ook altijd een masterclass. Charles Mol maakte een verslag van deze Meisterkurs für Liedgesang, die net als in 2012 werd gegeven door het duo Thomas Quasthoff, zang en Justus Zeyen, piano. Dit jaar zijn er alleen zangeressen; er is geen enkele zingende man bij. Het aankondigen van de liederen is ook dit jaar weer een moeilijk punt en als toehoorder moet je het echt hebben van repertoirekennis.

Josefine Göhmann (D), sopraan, met aan de piano Christine Hiller (D)

Zij zingt Die Nachtigall van Alban Berg. De opmerkingen van Thomas zijn nu, anders dan vorig jaar, toch ook gedeeltelijk van technische aard. Hij vindt het geheel te onrustig: je moet het gevoel hebben dat de klank als het ware een draad is die van onder naar boven loopt en die niet onderbroken wordt. Hij laat Josefine helemaal plat op de grond liggen, en voilà, het wordt een stuk rustiger!
Josefine zingt de tweede dag Suleika II van Schubert. Je moet zó zingen alsof je met iemand praat! Zingen is eigenlijk spreken op toonhoogte. Dan vraagt Quasthoff om een spiegel, zodat zij de voordracht en mimiek zelf kan zien. Vervolgens gaat hij naast haar staan en begint haar arm te aaien, wat prompt een glimlach tevoorschijn tovert. Die glimlach is ook meteen hoorbaar in haar stem en daar was het hem ook om te doen. Wat een effect!
Ook hier vraagt hij weer extra aandacht voor de beginconsonanten, een typische zangeressen-kwaal. En meer aanzetten, zodat het op de laatste rij ook nog wordt verstaan. Zo wordt het bijna dein mildes sanftes Vehen inplaats van Wehen.
Justus heeft inmiddels een aantal keren plaatsgenomen aan de vleugel om iets voor te doen, een accent, of heel iets een vertraging bij de inzet. Agogiek! Dat begrip zullen we nog vaak horen deze dagen. Dan, over het inademen: Adem die vocaal in! Als je het te schielijk doet komt de adem niet diep genoeg, en haal je het einde van de frase niet. Ruim van tevoren inademen en je die vocaal al voorstellen voordat je hem zingt. Je kunt een toon maken alleen door hem je voor te stellen. Dan weer naar de interpretatie: wat je niet voelt, dat horen wij ook niet. Daarbij verwijst hij weer naar naar een eerdere uitspraak dat het lied eigenlijk een soort mini-opera is: een verhaal in zich, waarbij je dan geen last hebt van regisseurs die gewoonlijk geen benul hebben van de inhoud van het stuk. Ach, regisseur spelen, misschien zou zelfs ik dat nog kunnen, zegt hij. Hier komt een overgevoeligheid aan het licht, want hij heeft het blijkbaar niet zo op regisseurs. Eén keer moest hij van de regisseur een rok aan. Maar dan zie ik eruit als een pinguin! Het hielp niet, hij moest hem toch aantrekken.
Maar al met al is Thomas zeer onder de indruk van de zangeres en geeft haar een groot compliment.

Alexandra Diesterhöft (D), sopraan, met aan de piano Yoko Takahashi (Jap)

Alexandra zingt An den Mond van Schubert, waarbij een probleem met de adem opduikt. Je kunt nu eenmaal op bepaalde plekken ècht niet ademen en de zangers onder ons weten dat dat soms knap lastig kan zijn. Thomas zegt dat je het eerst echt moet proberen zonder zo’n tussenadem. Je kunt dan later altijd nog terug, mocht het uiteindelijk ècht niet lukken. Maar als je direct al een extra adem neemt went het spiersysteem eraan en dan lukt het zeker niet meer. Let op hoe je ademt: de adem die je hoort, stoort! Spreken doe je met het gezicht, niet met de armen. Hij hamert daar keer op keer op. Je gezichtsuitdrukking moet de tekst illustreren. Hij doet voor hoe het niet moet door de meest emotionele teksten te zingen met een uitgestreken gezicht. Iedereen lacht en dan laat hij zien hoe het ook kan: een ware meester met zijn formidabele mimiek.

Isolde Ehinger (D), mezzosopraan, met aan de piano Ai Nakabayashi (Jap)

Zij zingt Sehnsucht van Schubert. Mooi zingend aangekomen bij de frase Ach wie fühl ich mich beglückt stopt Thomas haar. Hij vindt dat er geen verrukking in haar stem te horen is. Er zijn zangers/zangeressen die een prachtige stem hebben, zegt hij, maar een mooie stem alleen wordt na een poosje toch dodelijk saai! Dietrich Fischer-Dieskau heeft ons geleerd dat in elk woord emotionaliteit moet klinken. Dan weer een aantal taalcorrecties: je zingt niet kHeiner, maar keiner. Die tussen-H doen bijna alle Duitsers fout, zegt hij. En de begin-consonanten, zoals glauben en wagen. Die g moet ook achterin de zaal te horen zijn, en zo’n w van wagen valt bijna weg. Maak er maar gerust bijna een v van.
Een dag later zingt Isolde In der Fremde, het eerste lied uit de Liederkreis van Schumann.
Het begint p (Aus der Heimat hinter den Blitzen rot…), daarna pp (aber Vater und Mutter sind lange tot…), maar zij maakt daarin geen onderscheid. Disponeren, zegt Thomas en doet het voor. Dan komt de berucht lange frase van vier maten und über mir rauscht die schöne (hap) Waldeinsamkeit. Het is ook bijna ondoenlijk om die in één enkele adem te zingen. Er breekt geen derde wereldoorlog uit als je daar ademt, zegt Thomas met zijn bekende beeldspraak, maar het is wel ontzettend mooi als je het zonder kunt. Tòch proberen, zoek de gecompliceerde weg! En hij komt weer met het verhaal dat de spieren eraan wennen als je het ze te gemakkelijk maakt. En warempel, het lukt haar toch een keer om die frase in één adem te zingen. Applaus. Dan, aangekomen bij und keiner kennt mich mehr hier laat hij haar op de rand van het podium gaan zitten. Dat werkt, het is nu echt een mijmering geworden.
Daarna zingt Isolde Der Zwerg van Schubert. Ze begint: Im trüben Licht verschwinden (hap) schon die Berge. Stop. Dit is een licht zwevende lijn, en je kunt dus tussendoor niet happen. Hij laat het haar in één adem zingen, en het lukt nog ook! Dan komt Justus: de linkerhand is hier in het voorspel veel belangrijker dan de rechterhand, het is eigenlijk een solo. Inademen moet niet hoorbaar zijn en zeker niet door de neus. Thomas doet het weer flink aangedikt voor, maar de boodschap komt zo wel over. Als je niet ruim op tijd inademt, komt de adem niet diep genoeg, waardoor de inzetten ook een fractie te laag worden. Dan komt Justus weer: de begeleiding dreigt hier voorover te vallen. Het moet dreigend zijn, maar niet stuwend. Dan voor de inzet nie, nie habt Ihr mir gelogen noch, ihr Sterne: dit héél zwaar aanzetten. En Justus doet het voor, drama pur sang.

Sára Gutvill (H, woont in NL), mezzosopraan, Harimada Kusuma (Indonesië) piano

Sára, de Hongaars-Nederlandse cursiste, zingt uit Frauenliebe und Leben van Schumann de nrs. 3 en 4: Ich kann’s nicht fassen, nicht glauben en Du Ring an meinem Finger. Deze liederen zijn exemplarisch voor de Romantiek: himmelhoch jauchzend, zum Tode betrübt. En Thomas vindt daarom dat er meer Leidenschaft in het lied moet.
Vervolgens zingt Sára Loreley van Liszt. De eerste zin: Ich weiss nicht, was soll’s bedeuten. Ze heeft haar gezicht strak in de plooi, hetgeen direct tot commentaar leidt. Speel met je gezicht, ontwikkel je fantasie. Dan verder: Ein Märchen aus alten Zeiten, das kommt mir nicht aus dem Sinn. Dat vraagt een andere gezichtsuitdrukking, het gaat om een sprookje. Ook de uitspraak van het woord Märchen wordt gecorrigeerd, want het accent hoort op de eerste lettergreep. Justus vindt het allemaal te braaf: don’t die in beauty! En hij neemt nu zelf plaats aan de vleugel en zet het heel zacht, haast aarzelend neer. Dat klinkt ècht sprookjesachtig. Justus corrigeert de pianist herhaaldelijk, want hij vindt ook dat het te veel als barok klinkt. Meer gebonden spelen, meer romantisch (het cv van Sára vermeldt ook dat zij een voorliefde heeft voor barok).
Thomas vleit zich nog eens tegen Sára’s arm aan, waarop er prompt een glimlacht op haar gezicht verschijnt. Dan, naar het eind: Die Wellen verschlingen am Ende Schiffer und Kahn. Justus grijpt weer in en doet het voor: die eerste riedel is drama, met zwaar accent aan het einde van de frase. In de herhaling moet het juist weer romantischer.

Nana Bugge Rasmussen (DK), mezzosopraan, met Dan Markus Kvint (S) piano

Nana zingt Sapphische Ode van Brahms. De eerste regel is: Rosen brach ich nachts mir am dunklen Hage, maar ze zingt: Rosen-e. Geen tussenvocalen!
En het tweede couplet: Auch der Küsse Duft mich wie nie berückte. Ze zingt hier béérückte, en Thomas corrigeert. Dan vraagt hij wat het belangrijkste woord is in deze zin. Ja, dat is berückte, en dat moet je laten horen. Je moet het hele lichaam als klankruimte gebruiken, anders ontstaat er een zekere druk. En hij vervolgt: niet schielijk inademen, want dan komt de adem niet diep en blijft als het ware bovenin steken. Dan de laatste regel: Tauten die Tränen. Hier moet diepe vervoering te horen zijn. Het moet niet zo zijn dat je aan het einde van het lied zegt: ich hab’s geschafft, maar je moet een oneindige vreugde aan de muziek beleven! Helaas is Nana onverstaanbaar en Thomas maakt er dan ook herhaaldelijk aanmerking op. Hij dringt erop aan om toch vooral de consonanten duidelijk te zingen en vindt dat een typische zangeressenkwaal.

Slotconcert

De laatste dag is het slotconcert. Van de cursisten wordt nu natuurlijk verwacht dat ze al het geleerde ook ten uitvoer gaan brengen. Maar wie eens op zo’n intensieve cursus onder handen is genomen weet hoe moeilijk dat is. Je krijgt in korte tijd zóveel te verwerken; je moet aan alles denken en het heeft nog niet de tijd gekregen om in vlees en bloed te gaan zitten. Sára begint en zij zingt de eerste vier liederen van Frauenliebe und Leben. Het is werkelijk prachtig gezongen. De Leidenschaft was er inderdaad goed in te horen en ook te zien! Dan volgt Josefine met twee liederen elk van Schubert en Strauss, en daarna Isolde met vier liederen van Schubert. Ook verbeterd door de cursus, maar nog steeds af en toe een fractie te laag; de eerdere opmerkingen van Thomas over het ademen waren blijkbaar nog niet geheel beklijfd. Justus begeleidde haar nu wegens verhindering van Christiane Hiller. Als laatste komt Nana met drie liederen van Brahms, die inderdaad zeer mooi gezongen zijn, maar helaas nog steeds onverstaanbaar. Ja, ja, die consonanten!
Een heerlijke en sfeervolle afsluiting van een week intens genieten!

Charles Mol



VvhL - KVK-nr. 40445139