Interview met componist Rita Hijmans

De Nederlandse componist Rita Hijmans viert deze maand haar 75ste verjaardag. Ter ere hiervan wil de Vrienden van het Lied haar en haar liederen graag onder de aandacht brengen. Eerder werden Echo voor sopraan en fluit en de cyclus Ik ben een oceaan van wachten in De Liedvriend besproken. Hoog tijd dan nu voor een nadere kennismaking.

Tekening: © Jaap Binnema

Vanuit het studentencabaret – u studeerde pedagogiek – bent u destijds begonnen met arrangeren en componeren. U had veel succes met uw groep Patati Patata, uw composities werden opgenomen en u trad veel op. Kunt u vertellen waarom u later alsnog compositie bent gaan studeren bij gerenommeerde docenten als bijvoorbeeld Daan Manneke?
‘Ik kwam er laat achter, ik was ver in de veertig, dat ik een absoluut gehoor had. Ik dacht dat iedereen dat had! Ik had ook altijd muziek in mijn hoofd, en ook daarvan dacht ik dat dat iets heel gewoons was. Ik hoorde niet alleen de muziek, maar ik zag er ook de noten bij. Pas tijdens een cursus van Huismuziek spoorde iemand mij aan: hier moet je wat mee doen! En zo ben ik compositie gaan studeren.’

Kunt u aangeven waarom u liederen componeert? Waar ligt voor u de uitdaging in deze specifieke discipline?
‘Het komt voort uit een grote liefde voor poëzie; de gedichten zijn als skeletten waar je de muziek aan op kan hangen. Tekst is sturend, geeft ritme, geeft een begin en een eind. Het is voor mij makkelijker om lied te schrijven dan absolute muziek. Ik ben wel voorzichtig geworden met het kiezen van gedichten van levende dichters. Eigenlijk vind ik dat je waar mogelijk toestemming moet vragen aan de schrijver, al is dat officieel niet verplicht. Het is wel een verrijking om er van tevoren met een dichter over te praten.’

Het valt op dat u veel liederen, bijna alles, op Nederlandse gedichten componeert. Hoe komt dat? Heeft u andere taalvoorkeuren?
‘Omdat het mijn moederstaal is vind ik het een uitdaging juist deze te verklanken. En omdat er zo heel veel goede Nederlandse dichters zijn.’

Klassieke zangers vinden het soms lastig om in het Nederlands te zingen. De angst om geaffecteerd over te komen door zorgvuldige articulatie is bekend. Hoe kijkt u hier tegenaan? Hoe klinken de woorden in uw hoofd en hoe klinken ze in de uitvoering? Is er verschil? Houdt u rekening met de ligging van de stem in verhouding tot bepaalde typisch Nederlandse klanken (ui/eu/ij, harde ‘g’).
‘Ik hou eigenlijk geen rekening met ingewikkelde problemen voor zangers. Daar ben ik niet mee bezig.  De bron blijft het gedicht.  Sommige zangers vermijden Nederlandse teksten omdat ze bang zijn dat het geaffecteerd klinkt; dat vind ik jammer, waarom zingen we in de lichte muziek wel Nederlandse teksten en heeft niemand daar last van?’

Vindt u dat je een gedicht ‘naar je hand’ mag zetten? Door tekstherhalingen bijvoorbeeld?
‘Herhalingen toevoegen die niet in het originele gedicht staan, mag. Schubert deed het tenslotte ook. Je hoeft het niet te vragen. In mijn ervaring zijn dichters begripvol als het gaat om een muzikale oplossing, bijvoorbeeld in koorwerken.’

Uw werk wordt omschreven als melodieus en met een vernieuwend idioom, stond in een recensie van de cd Overpijnzingen in Luister. Wat denkt u dat hiermee wordt bedoeld? Vindt u dat u nu anders componeert dan een tijd geleden?
‘Mijn muziek is niet vanzelfsprekend en maakt wendingen die je niet verwacht. Een van mijn eerste stukken in opdracht was voor een jeugdsymfonieorkest. Ik had daar een hoogstandje van moderniteit van kunnen maken, maar ik wilde dat die kinderen het in hun hoofd zouden kunnen houden. Tijdens de repetities hoorde ik de kinderen in de gangen mijn muziek zingen. De verrassing was de samenklanken.’

In de bespreking van Ik ben een oceaan van wachten door Dinant Krouwel in De Liedvriend wordt gewag gemaakt van flarden Poulenc, maar ook Jaques Brel. Valt hier toch een cabaret/kleinkunstlijntje te bespeuren?
‘Absoluut! Ik hou erg van de “lichte” liedcomponisten. Wie ik bijvoorbeeld heel goed vind is Wende Snijders. Ik bewonder haar muzikaliteit en vondsten. Ik hou ook erg van de muziek van Antônio Carlos Jobim, gezongen door Astrud Gilberto.’

Het is vaak lastig om muziek uitgevoerd te krijgen, in ieder geval vaker dan een keer. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat ook hedendaagse, Nederlandse componisten zich een meer vanzelfsprekende plek kunnen veroveren op de recitalprogramma’s?
‘Dit is waar ik ook mee worstel. Maar er zijn ook pleitbezorgers, zoals Irene Maessen.
Ik leerde Irene kennen tijdens uitvoeringen en het was leuk om met haar van gedachten te wisselen. Irene laat haar leerlingen ook liederen van mij studeren. Maar het is en blijft heel moeilijk. Ik vind het heel erg dat er op de radio zo weinig aandacht is voor Nederlandse componisten, en al helemaal voor Nederlandse liedcomponisten. Ooit was ik te gast bij Een goedemorgen met ... Mij werd toen aangeraden vooral heel veel van mijn eigen muziek te laten horen! Een extra handicap hierbij is dat zang geen groot publiek heeft. Zolang het een Schubertrecital betreft gaat het nog wel, maar hedendaagse composities maken weinig kans. Ik probeer het wel, schrijf zenders aan, zoek contact met programmeurs, het is gewoon heel lastig.
Omdat ik op latere leeftijd begon was het lastig om in de uitvoerende wereld mijn weg te vinden. Eerst via het amateur circuit waar je werk dan wel wordt uitgevoerd, maar niet per se altijd even goed. Professionals zijn vaak bang zich te branden aan een onbekende componist. Als er eenmaal opnames van je werk zijn is er in ieder geval een basis. Je kan daar dan naar verwijzen.’

Wat zou u, als liedcomponist, liedzangers willen meegeven?
‘Neem nieuwe muziek op in je repertoire, wees er niet bang voor. Waar ik ook voor pleit: draag de gedichten voor, vóórdat je gaat zingen, al is dat niet altijd te doen in verband met de lengte van een concert. Je zou de tekst ook kunnen projecteren, terwijl er gezongen wordt. Dat brengt de muziek en taal veel dichter bij de luisteraar dan via programmaboekjes op schoot. Het is soms bijna zo dat een gedicht wordt “ondergesneeuwd”; dat de schoonheid van het gedicht – dat je als componist zo bewust kiest – niet opvalt.’

Henriette Feith

Rita Hijmans heeft teksten op muziek gezet van o.a.:
Ovidius, Marsman, Lodeizen, Symborska, Ernst Jandl, Debora Drishana, Mahmoud Darwish, Rutger Kopland, Cor Jellema, Vasalis, Herman de Coninck, Ida Gerhardt, Tineke Taat’, Sander Bais.

Opnames met werk van Rita Hijmans en een downloadbare lijst met al haar werken vindt u op muziek.ritahijmans.nl

Haar werk is uitgegeven door en te verkrijgen bij uitgeverij Donemus.