De taal bepaalt

Francine van der Heijden sprak met Jan Willem Nelleke over het componeren van liederen: ‘Als ik componeer streef ik naar een eenheid tussen taal en muziek.’ Tijdens de Dag van het Lied is hij te gast in College Tour waar hij daarover in gesprek gaat met Leo Samama.
© Anna-Julia Granberg

Een afspraak voor een interview was snel gemaakt en dat was maar goed ook, want als ik pianist en componist Jan Willem Nelleke spreek blijkt dat hij binnen een week naar Japan zal vertrekken voor een concert. Op het programma ook de première van een serie Japanse liederen die hij geschreven heeft voor mezzosopraan Atsuko Hirosawa die hij daar zal begeleiden.
Ik spreek Jan Willem, woonachtig in London, over zijn aanwezigheid op de Dag van het Lied op 16 mei in Zeist. Hij zal er uitgebreid vertellen over zijn werk. Twee studenten van de Fontys Academy of Arts zullen Meeting yourself uitvoeren, een lied uit zijn cyclus In the Biesbosch.

Jan Willem, help me eens even, ben je nu pianist/componist, of moet ik je componist/pianist noemen?
Het is allemaal prima, ik denk eerlijk gezegd pianist/componist, hoewel ik tegenwoordig ook als muziekredacteur werk. Ik heb een eigen online muziekuitgeverij, Nutscale Music [nutscalemusic.com], daarop zijn composities van mezelf en van collega-componisten te vinden. En voor Breitkopf & Härtel heb ik een album met liederen van componerende vrouwen uitgegeven. Van bijvoorbeeld Ethel Smythe, Marguerite Canal, Poldowski, Johanna Müller-Hermann, Henriette Bosmans en zo nog een heel aantal componistes van wie ik ook met Bettina Smith repertoire heb opgenomen. Ik vergelijk manuscripten en eerste drukken en verzorg de kritische opmerkingen voor deze urtext-uitgaves van Breitkopf. Binnenkort volgen werken van Dora Pejačević en Agathe Backer-Grøndahl, het is zeer de moeite waard om dit te kunnen uitgeven.

Hoe ben je zelf begonnen met componeren?
Tsja, ik herinner me eigenlijk niet eens meer wanneer dat ooit begon. Maar ik was altijd al bezig met het arrangeren en aanpassen van bestaande muziek, en soms voegde ik zoveel toe dat je op een zeker moment denkt dat je dan net zo goed alles zelf kunt bedenken. Al voor mijn studie aan het Koninklijk Conservatorium begeleidde ik deze en gene en dat zette zich voort op het conservatorium. Vervolgens werd ik daar in 1991 repetitor voor zang en viool, en ik werk nu nog steeds voor viool en trompet. 

De afgelopen jaren heb ik met veel zangers gewerkt. Op het conservatorium was er tijdens mijn studie piano niet echt een mogelijkheid om me te scholen in de liedbegeleiding, maar ik heb veel geleerd van Liesbeth Hoppe en Tan Crone, die me destijds onder hun hoede namen. Later heb ik in Utrecht gestudeerd bij Thom Bollen, ook een grootheid op dit gebied natuurlijk. De liedklassen van Elly Ameling en Meinard Kraak herinner ik me als bijzonder leerzaam. Mooi om te zien dat er in Den Haag nu een masterspecialisatie Lied is gestart.

Voor Vrienden van het Lied werkte ik met Igor Bogaert, Frans Huijts en nu nog steeds met Bettina Smith. Als uitvoerder vind ik dat de tekst in liederen bepalend is. Soms is het raadselachtig wat een componist heeft bezield om iets op een bepaalde manier te componeren. Dan moet je zoeken hoe je dat in de uitvoering logisch en begrijpelijk kunt maken. Die complexiteit intrigeert mij. Als ik zelf componeer streef ik naar eenzelfde eenheid tussen taal en muziek. Ik probeer daarin duidelijk te zijn, maar je weet natuurlijk nooit of anderen dat oppikken.

Ga je nog een tipje van de sluier oplichten over je lied Meeting yourself? Wat heeft je bij die compositie geïnspireerd?
Vanwege het thema Terug naar de Natuur van International Song Festival Zeist koos ik een lied uit In the Biesbosch, vier liederen op gedichten van Wim Jilleba. Ik ben in de omgeving van de Biesbosch opgegroeid, vandaar dat de gedichten me aanspreken. Maar ik denk dat ik er verder niet veel over loslaat, dat bewaar ik maar beter voor 16 mei. Denk je niet?

Meeting yourself from In the Biesbosch van Jan Willem Nelleke is op 16 mei te horen tijdens de Dag van het Lied. De uitvoerenden zijn mezzosopraan Suzanne Charité en pianist Yik Toong.
Jan Willem wordt bij die gelegenheid geïnterviewd door Leo Samama. Voor het publiek is er gelegenheid om vragen te stellen.

Francine van der Heijden