Er is niet één Britten

Tijdens de jubileumdag op 18 oktober luistert u niet alleen naar professionele musici, maar ook naar gevorderde amateurmusici die het lied een warm hart toedragen. Voor sopraan Marijke Groenendaal en pianist Jacob Engel is er niet één Britten. Zijn werken zijn een universum waar ze graag zijn: ‘Alsof je een oude bekende tegenkomt.’
photo: © Babs Witteman

Wat betekent muziek voor jou in het dagelijks leven?
Marijke: ‘Muziek, en dan met name het zelf uitvoeren daarvan – repetities, concerten – zorgt bij mij voor emotionele balans, tussen werk en gezin en sociale verplichtingen. Zonder dat voel ik me niet compleet.’

Jacob: ‘Muziek is één van de dingen die het leven de moeite waard maken.’

Had je eerder werk van Benjamin Britten uitgevoerd, of is dit je eerste kennismaking met zijn muziek?
Marijke: ‘Op de middelbare school zat ik op het schoolkoor, en later bij kamerkoor Quod Libet onder leiding van dezelfde dirigent, Ad de Groot. We zongen veel koorwerken van Britten: Five Flower Songs, Hymn to the Virgin, Hymn to St. Cecilia, A Ceremony of Carols. Ik zong daar ook vaak de sopraansolo’s, en als de bassen het ritme niet zo snel konden volgen, zongen de sopranen wel even mee. Britten is me dus redelijk met de paplepel ingegoten.’

Jacob: ‘Ik begon met een aantal folksongs, daarna – met Marijke – de cyclus On this Island en meer, tot het verkennen van de cyclus op sonnetten van John Donne aan toe, die natuurlijk eigenlijk voor tenor zijn, maar we vonden ze zo mooi.’

Waarom spreken de liederen van Benjamin Britten jullie als duo aan?
Beiden: ‘We houden veel van 20e-eeuws repertoire. De muziek van Britten is best toegankelijk, in tegenstelling tot die van zijn avant-gardistische tijdgenoten die in andere toonsystemen schreven. Vaak spannend doordat hij meerdere toonsoorten tegelijk gebruikt, kerktoonladders, scherpe dissonanten die niet oplossen of juist kale, open intervallen. Ritmisch interessant door wisselende en oneven maatsoorten. Soms multitonaal: je hoort meerdere toonsoorten tegelijk, wat een interessante spanning kan oproepen. Verder is zijn muziek nooit ingewikkelder dan nodig, en waar het vocale muziek betreft, altijd perfect in lijn met de tekst.’

Jacob: ‘Fish in the Unruffled Lakes bijvoorbeeld is niet zo eenvoudig in te studeren door de bitonaliteit. De extra toonsoort moet dan worden genoteerd met heel veel voortekens. Maar Brittens muziek heeft zo’n sterke logica dat je onmiddellijk hoort wanneer je een foute noot speelt. Een muzikaal universum waar ik graag ben.’

Marijke:  ‘Engelse poëzie heeft een streepje voor, want ik heb Engels gestudeerd. En doordat ik vroeger veel Britten heb gezongen, vind ik de ritmische  uitdagingen en de verrassende intervallen vrij herkenbaar om in te studeren.
Ook merk ik dat als je ooit iets van Britten hebt ingestudeerd en uitgevoerd, en het jaren later weer oppakt, je het heel snel weer beheerst. Het is dan alsof je een oude bekende tegenkomt waarvan je blij bent dat je hem weer ziet.’

Waarin verschilt het zingen of spelen van muziek van Benjamin Britten van het zingen of spelen van muziek van andere componisten?
‘Er is niet één Britten: de Cabaret Songs vragen om een andere benadering dan Fish in the Unruffled Lakes.’

Wat is moeilijker: de juiste noten zingen of spelen of de juiste emotie overbrengen?
Marijke: ‘De emotie overbrengen vind ik het lastigste; je denkt dat je er van alles in legt, maar bij een masterclass wordt er vaak gevraagd om meer.’

Waarom denk je dat de muziek van Benjamin Britten ook vandaag de dag nog mensen aanspreekt?
Marijke: ‘Als je alleen kijkt naar de vocale muziek van Britten, denk ik dat je die niet los kunt zien van de gedichten die hij gebruikt. Die poëzie is nog steeds actueel en de muziek sluit naadloos aan bij de beeldspraak: het schitteren van het water en de soepele bewegingen van een “fish in the unruffled lakes” of “swan”; de vreugde om de “voluntary love” die de dichter heeft ervaren … Of neem de Embroidery Ariavan Ellen Orford in Peter Grimes. De zanglijn is de beweging van naald en draad door het borduurwerk, geniaal!’

Als iemand Benjamin Britten nog niet kent, waarom zou hij of zij juist naar dit open podium moeten komen luisteren?
Marijke: ‘Er zal vast een heel divers programma klinken, waardoor je in korte tijd met veel liederen van Britten kunt kennismaken. En misschien durf je het dan ook aan om dit repertoire zelf te gaan zingen en spelen. Want het is heerlijk – en ook heel inspirerend – om anderen te zien en horen, maar zelf zingen en spelen is toch de beste muziekervaring.’

Als je tijdens een repetitie één aanwijzing van Benjamin Britten zelf zou mogen krijgen, welke hoop je dan dat hij je zou geven?
Jacob: ‘Het is niet duidelijk hoe je in Funeral Blues de akkoorden in de middenhand – ja, er staat muziek voor drie handen – kunt laten doorklinken, terwijl je met de linkerhand een afgemeten tromgeroffel moet laten horen. Er staat ook ergens een pedaalaanwijzing, maar onduidelijk is tot waar dat geldt. Hoe deed Britten dat zelf?’

Marijke: ‘En als we het dan toch over Funeral Blues hebben: het staat in de Cabaret Songs, maar de tekst is niet bepaald cabaretesk. Wat ons betreft neem je de tekst bloedserieus, ook al is het misschien wat melodramatisch, zoals bijvoorbeeld “pour away the ocean, and sweep up the woods”… Maar zagen Auden of Britten het toch meer als ironisch?’

Stel dat Benjamin Britten op 18 oktober zelf in de zaal zou zitten. Wat zouden jullie als duo hem na afloop graag willen vertellen over jullie uitvoering?
‘We zouden hem vertellen dat we veel plezier hebben gehad bij het studeren en repeteren en dat we veel houden van zijn liederen. We zouden hem zeker vragen om tijd vrij te maken voor het componeren van nog een cyclus voor sopraan en piano, omdat we jaloers kijken naar de mooie cycli voor tenor en piano.’