Het verhaal begint in de eerste maat

Tijdens de masterclass van Christoph Prégardien kregen sopraan Maria Bastos en tenor Harry Gant, beiden studenten aan het Conservatorium van Amsterdam, de kans om intensief aan hun liedrepertoire te werken. Pianiste Jana Schell begeleidde beide zangers.
photo: © Babs Witteman

Maria Bastos opende de masterclass met Green, een lied uit Ariettes oubliées van Claude Debussy, op een gedicht van Paul Verlaine. Christoph Prégardien reageerde meteen positief: ‘Beautiful, well done!’ Vervolgens nodigde hij Maria uit om dieper in de wereld van het gedicht en de muziek te duiken.
Hij vroeg haar de situatie voor zich te zien. Wie ben je? Waar ben je? Is het avond of dag? Ook wees hij haar op de subtiele dynamische verschillen tussen piano and pianissimo, die bij Debussy zo belangrijk zijn.
Een andere suggestie was om rechtstreeks vanuit het Frans te denken en te voelen. Wanneer je een Frans gedicht te veel naar het Engels vertaalt, legde Prégardien uit, kan er iets wezenlijks verloren gaan. Het gedicht verliest dan een deel van zijn natuurlijke zeggingskracht en intimiteit, het wordt een beetje naakt.
Daarnaast moedigde hij Maria aan om het tempo levendig te houden. Hij verwees naar een vroege opname uit 1905, waarin Debussy zelf te horen is. Het tempo blijkt daarin verrassend vlot. Ook de zangeres op die opname beweegt zich licht en soepel door de woorden heen, je hoort een soort extase, verlangen. Het is een hele uitdaging om al deze aanwijzingen tijdens een masterclass meteen te verwerken: dieper doordringen in de intieme wereld van Green, de Franse tekst ten volle tot leven brengen en tegelijkertijd vanuit de muziek contact maken met het publiek.
Aan het einde klonk opnieuw Prégardiens reactie: ‘Very beautiful!’ Een mooie bevestiging en een uitnodiging om verder te ontdekken hoeveel nuance, verbeelding en expressiviteit er in dit lied verborgen liggen.

Text continues below photos.

Daarna konden we verder genieten van Ich wandelte unter den Bäumen, een lied uit Liederkreis, op. 24 van Robert Schumann, op tekst van Heinrich Heine. Ook tenor Harry Gant en pianiste Jana Schell maakten meteen een mooie indruk.

Voor Christoph is het repertoire van Schumann vertrouwd terrein. Hij ging dan ook meteen aan de slag en nodigde Harry uit om nog meer kleur en diepgang op te zoeken in zijn interpretatie. Het romantische lijden, zo kenmerkend voor deze stijlperiode, vormt een belangrijk uitgangspunt, maar ondanks al het verdriet klinkt er ook hoop door. Hoe verhouden verdriet en hoop zich tot elkaar? En hoe brengt Schumann deze verschillende emoties tot uitdrukking in de muziek? En vergeet niet: in de poëzie van Heinrich Heine kom je altijd ironie tegen.

Ook de rol van de piano kreeg bijzondere aandacht. De inleiding van de pianist is geen voorbereiding op wat de zanger vervolgens gaat vertellen: het verhaal begint immers al in de eerste maat. De zanger moet zich laten meenemen door het pianospel en van daaruit het verhaal verder ontvouwen.
Daarnaast benadrukte Christoph hoe belangrijk het is om de intensiteit en dynamiek gedurende het hele lied vast te houden.

Een bravo voor je piano-zingen, zegt Christoph, juist daarin schuilt nog een mooie uitdaging: durven zingen met nóg meer zachtheid, zonder aan intensiteit of zeggingskracht in te boeten.

Tot slot wees Christoph op een belangrijk samenspel tussen zanger en pianist: als zanger is het essentieel om ook de postlude, het naspel van de pianist, muzikaal voor te bereiden. Het verhaal eindigt immers niet met de laatste gezongen noot. Ook daarna blijft de muziek spreken en krijgt de emotie de ruimte om na te klinken.

Joost van der Linden